Pensioenakkoord

Welkom op de pagina over het nieuwe pensioenstelsel in Nederland!

Het Pensioenakkoord en de nieuwe regels voor pensioen zijn volop in het nieuws. Op deze pagina staat informatie over het nieuwe pensioenstelsel en antwoord op veel vragen. Op onze website houden we u op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen. Houd deze website daarom in de gaten.

Waarom nieuwe regels voor pensioen?
Door onder andere de dalende rente en gestegen levensverwachting is het huidige pensioenstelsel onder druk komen te staan. De pensioenregelingen waarin pensioenfondsen een pensioenuitkomst konden garanderen zijn onbetaalbaar geworden. Ook is er veel veranderd op de arbeidsmarkt. Mensen werken niet meer heel hun leven bij dezelfde werkgever en wisselen vaker van baan of gaan ondernemen. Daar is het huidige pensioenstelsel niet op ingericht. Allemaal aanleidingen om het pensioenstelsel aan te passen.

Wat is er al bekend over het nieuwe pensioenstelsel?
In het nieuwe stelsel gaat iedereen over van een uitkeringsovereenkomst naar een premieovereenkomst. In een uitkeringsovereenkomst staat de hoogte van de toekomstige uitkering centraal. De dekkingsgraad is de graadmeter of er genoeg geld in kas is om de opgebouwde pensioenaanspraken in de toekomst ook daadwerkelijk uit te keren.

Bij een premieovereenkomst heeft iedere deelnemer een eigen pensioenpot waarmee door het fonds belegd wordt; de ingelegde premie staat centraal. De hoogte van de ingelegde premie staat vast, de hoogte van het uiteindelijke pensioen staat vooraf niet vast. Dit is onder andere afhankelijk van de rendementen.

In het Pensioenakkoord staan 2 contracten waar de sociale partners uit gaan kiezen:

Het nieuw pensioencontract
Het nieuwe pensioencontract heeft een meer collectief karakter. Er wordt collectief belegd aan de hand van een gezamenlijke risicohouding; de toebedeling van het beleggingsresultaat gebeurt vervolgens leeftijdsafhankelijk. Ook is sprake van een verplichte solidariteitsreserve, waaruit risico’s worden gedeeld. Vanaf de pensioendatum ontvangt u een variabele uitkering.

De Wet verbeterde premieregeling
Het pensioencontract volgens de Wet verbeterde premieregeling heeft een meer individueel karakter. De risicohouding is in beginsel leeftijdsafhankelijk (lifecycles), zo kan een jongere deelnemer wat meer risico nemen en de oudere deelnemer wat minder. Op pensioendatum wordt er doorbelegd en ontvangt de gepensioneerde een variabele uitkering die meebeweegt met de beleggingsresultaten. Er kan ook een vaste uitkering worden aangeboden.


Wat blijft?

  • Pensioen blijft een arbeidsvoorwaarde.
  • U bouwt automatisch pensioen op door samen met uw werkgever premie te betalen.
  • U krijgt pensioen zolang u leeft.
  • U ontvangt AOW vanaf uw AOW-leeftijd.

Wat wordt er anders dan in uw huidige pensioenregeling?

  • Iedereen krijgt een persoonlijk pensioenpotje.
  • De hoogte van uw pensioen hangt straks af van het beleggingsrendement.
  • Uw pensioen kan eerder stijgen maar kan ook eerder dalen; uw pensioen beweegt mee met de resultaten van het fonds. Dat geldt ook voor pensioenen die al zijn ingegaan.
  • Deelnemers kunnen kiezen voor een éénmalige uitkering bij pensioneren.
  • Verbetering van het partnerpensioen.
  • Afschaffen van de doorsneesystematiek: geen gelijke pensioenopbouw voor alle leeftijden meer.

Let op
Zolang de nieuwe pensioenregeling nog niet is ingevoerd, geldt uw huidige pensioenregeling.

Vragen en antwoorden

De afstemming met sociale partners, pensioenuitvoerders en toezichthouders over de complexe materie kost meer tijd dan vooraf ingeschat. De wet die het nieuwe pensioenstelsel regelt gaat niet op 1 januari 2022 maar uiterlijk 1 januari 2023 in. Daarna volgt de besluitvormingsfase van sociale partners over de keuze van een nieuwe regeling en de impact daarvan.

Pensioenfondsen beoordelen de keuze vervolgens op onder meer evenwichtige belangenafweging en voeren de nieuwe pensioenregeling vervolgens in en uit. Uiterlijk 1 januari 2027 moet de nieuwe pensioenregeling volgens het Pensioenakkoord ingevoerd zijn. Maar eerder kan ook.

Ja, de nieuwe regels gaan gelden voor iedereen die pensioen opbouwt, heeft opgebouwd of al met pensioen is. De nieuwe pensioenregeling moet uiterlijk op 1 januari 2027 zijn ingevoerd.

We kunnen ons voorstellen dat u twijfelt of de nieuwe regels er echt komen. Er wordt immers al jaren over gesproken. Vakbonden, werkgevers en kabinet sloten al in 2019 een Pensioenakkoord en onlangs werden ze het eens over de uitwerking hiervan. Ook kan het uitgewerkte akkoord zo goed als zeker op een meerderheid in de Tweede Kamer rekenen.

Er wordt nu gewerkt aan een wet waarmee de regels straks ook echt gaan gelden. Zoals het er nu uitziet gaat die wet in op 1 januari 2023. Daarna moet de pensioenregeling van Rabobank Pensioenfonds nog worden aangepast aan de nieuwe regels.

We rekenen de hoogte van uw pensioen elk jaar voor u uit. Dan vertellen we hoeveel er in uw pensioenpot zit en wat u naar verwachting krijgt als u met pensioen gaat. Daarbij houden we rekening met hoe het met de financiële markten gaat. Bij een gunstige ontwikkeling mag u wat meer verwachten, bij een ongunstige wat minder.

Uw pensioen gaat gewoon in volgens de huidige regels. U kunt gebruik maken van alle keuzemogelijkheden die er nu zijn. Op onze website vindt u veel informatie bij Bijna met pensioen.

Er worden goede afspraken gemaakt over hoe fondsen precies moeten omgaan met eerder opgebouwde pensioenen bij de overgang. Alle betrokken partijen vinden het belangrijk dat die afspraken straks zo rechtvaardig mogelijk zijn voor alle (ex-)deelnemers en pensioengerechtigden. Maar eerst zijn de sociale partners (werkgever en vakbonden), aan zet.

Als u met pensioen gaat, wordt het vanaf 2023 mogelijk om maximaal 10% van uw pensioenpot ineens op te nemen. Wat de voorwaarden zijn, is nog niet helemaal duidelijk. Er wordt nog gewerkt aan de wetgeving. Besef wel dat het opnemen van een deel van uw pensioen gevolgen heeft voor uw belastingaangifte en eventuele toeslagen die u ontvangt.

Ook wordt uw toekomstig pensioen hierdoor lager: u heeft immers al iets uit uw pensioenpot gehaald. Zorg dus dat u goed weet wat dit voor u betekent. Wij helpen u daar straks graag bij.

Ja, het nabestaandenpensioen verandert. Het wordt eenvoudiger en transparanter. Het nabestaandenpensioen wordt gekoppeld aan het salaris. De wetgeving moet nog verder worden uitgewerkt. Vooral over hoe om te gaan met het al opgebouwd nabestaandenpensioen. Er zijn nog veel onduidelijkheden. Op rijksoverheid.nl (zoek op Beter nabestaandenpensioen) leest u er meer over.

Ja, dat klopt. Dat is onderdeel van het Pensioenakkoord. Vorig jaar is afgesproken dat de AOW-leeftijd naar 67 jaar gaat in 2024. In het Pensioenakkoord is afgesproken dat de AOW-leeftijd daarna niet 1 jaar stijgt per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate. Benieuwd naar uw ‘nieuwe’ AOW-leeftijd? Kijk op SVB.nl.

De doorsneesystematiek is gebaseerd op het solidariteitsprincipe voor alle leeftijden. Alle deelnemers betalen hetzelfde percentage pensioenpremie. Dit noemen we de doorsneepremie. Iedereen bouwt daarmee ook hetzelfde percentage pensioen op. Maar de pensioenopbouw van een jonge werknemer is veel goedkoper dan de pensioenopbouw van een oudere werknemer. Dit komt omdat de premie langer belegd kan worden.

De doorsneesystematiek heeft in het verleden goed gewerkt. De meeste werknemers bleven lang bij hetzelfde bedrijf werken. Maar dat is tegenwoordig lang niet altijd meer het geval. Werknemers wisselen meer van baan of worden vaker zelfstandig ondernemer. Zij hebben dan in hun 'jongere jaren' als het ware subsidie verleend aan de oudere werknemers en krijgen in hun 'oudere jaren' die subsidie niet meer terug.

Ook neemt door de vergrijzing het aantal oudere werknemers toe ten opzichte van het aantal jongere werknemers. Het aantal jongere en oudere werknemers is niet meer in balans. Hierdoor moeten jongere werknemers nog meer gaan meebetalen aan de pensioenopbouw van ouderen. Volgens het Pensioenakkoord gaat iedere deelnemer straks een vaste premie betalen. Deze is voor zijn of haar eigen pensioenopbouw, die per leeftijd verschillend is (de zogenaamde degressieve opbouw).