Ook in 2018 is de pensioenopbouw 2%

In mei of juni ontvangen vrijwel alle actieve deelnemers van het Rabobank Pensioenfonds het jaarlijks pensioenoverzicht 2018 (UPO). In het UPO en in de toelichting zullen de pensioenpremie en de nagestreefde pensioenopbouw kort worden toegelicht. In dit artikel wordt dieper ingegaan op de manier waarop de pensioenpremie wordt vastgesteld en de gevolgen voor de nagestreefde pensioenopbouw in 2018 en komende jaren.

Met de invoering van pensioenregeling 2014 (PR2014) is de pensioenopbouw direct afhankelijk geworden van de (gemaximeerde) pensioenpremie die de werkgever ieder jaar aan het pensioenfonds betaalt. De afspraken over het vaststellen van de pensioenpremie zijn vastgelegd in de Rabobank CAO en in de uitvoeringsovereenkomst tussen de Rabobank en het pensioenfonds. In lijn met het CDC (Collective Defined Contribution)-karakter van PR2014 is daarin bepaald dat de werkgever geen andere financiële verplichtingen heeft dan het jaarlijks betalen van de jaarlijkse pensioenpremie die gemaximeerd is op 36% van de pensioengrondslag. De werkgever heeft sindsdien dan ook geen bijstortverplichting meer. Daar staat tegenover dat de werkgever ook geen aanspraak meer kan maken op premiekorting of premierestitutie.

In het kader van het CDC-karakter van PR2014 dient de pensioenpremie ieder jaar voorafgaand aan het betreffende kalenderjaar te worden vastgesteld. Voor de berekening dient te worden uitgegaan van de gemiddelde marktrente (Swap-RTS) van de maanden juli, augustus en september.

De premie die de werkgever per jaar aan het pensioenfonds betaalt, is zoals aangegeven, gemaximeerd tot 36% van de pensioengrondslagen van alle deelnemers. Wat sterke invloed heeft op de premiehoogte is de rente die partijen hebben afgesproken voor het berekenen van de pensioenpremie. Eerst wordt de kostendekkende premie berekend. Deze kostendekkende premie wordt verhoogd met een risico-opslag van 29%. Deze opslag is bestemd voor het indexeren van de opgebouwde pensioenaanspraken en -uitkeringen door het fonds in de toekomst.

In jaren dat de rente ‘hoog’ is, komt de pensioenpremie lager dan uit dan 36% en kan de nagestreefde pensioenopbouw van 2% wordt gerealiseerd. Bij een ‘lage’ rente wordt de premie hoger. Als in deze situatie de premie hoger wordt dan 36%, komt eerst (een deel van) de risico-opslag te vervallen. Is sprake van een zeer lage rente en komt ook de kostendekkende premie uit boven 36% dan wordt de pensioenopbouw van 2% verlaagd.

In 2013 is in de Rabobank CAO bepaald dat, als de pensioenopbouw lager wordt dan de nagestreefde 2%, de werkgever voor de jaren 2014 t/m 2020 een premiegarantie beschikbaar heeft van € 250 miljoen. In de cao-afspraken van 2016 en 2017 is vastgelegd dat deze garantie is bijgesteld naar in totaal € 216,8 miljoen. Over de cao-afspraak leest u meer in het artikel op RaboNieuws van 28 februari 2018.

Door de lage rente in de afgelopen jaren was de premiegarantie nodig om de nagestreefde pensioenopbouw van 2% te kunnen realiseren. In deze jaren was de kostendekkende premie namelijk hoger dan 36% van de pensioengrondslag.

De kostendekkende premie die nodig was voor 2% pensioenopbouw in 2016 is: 38,2%.
De kostendekkende premie die nodig was voor 2% pensioenopbouw in 2017 is: 49,7%.
De kostendekkende premie die nodig is voor 2% pensioenopbouw in 2018 is: 37,1%.
Aangezien de kostendekkende premie hoger is dan 36% is de risico-opslag van 29% voor deze jaren komen te vervallen.

Dit betekent dat de premiegarantie van de werkgever is aangesproken voor het deel van kostendekkende premie dat hoger is dan 36% om de nagestreefde pensioenopbouw van 2% te realiseren.

Besteding premiegarantie in 2016, 2017 en 2018
Als de kostendekkende premie hoger is dan 36% wordt het meerdere betaald uit de premiegarantie:

Jaar
Kostendekkende premie
Maximum premie
TLV premiegarantie
Bedrag premiegarantie
2016
38,2%
36%
 2,2%
€   29,6 mln.
2017
49,7%
36%
13,7%
€ 160,4 mln.
2018
37,1%
36%
1,1%
€   12,3 mln.
Totaal ten laste premegarantie:



€ 202,4 mln.
Premiegarantie



€ 216,8 mln.
Restant bestemd voor 2019 - 2020:



€   14,4 mln.

Het bedrag dat in 2018 wordt betaald uit de premiegarantie wordt bepaald door de hoogte van de definitieve pensioengrondslagsom van alle deelnemers in 2018. Dit is uiteindelijk afhankelijk van de ontwikkeling van het deelnemersbestand (in- en uitdiensttreding van Rabobankmedewerkers) in 2018.

Hoogte pensioenopbouw in 2019
De renteontwikkeling in het derde kwartaal van 2018 bepaalt de hoogte van de pensioenpremie voor 2019 en daarmee ook voor het kunnen realiseren van de pensioenopbouw in 2019. In december 2018 wordt vastgesteld of de collectieve pensioenpremie van 36% voldoende is om de nagestreefde pensioenopbouw van 2% te realiseren.